SCHILDEREN EN TEKENEN

Er wordt gewerkt naar de natuur en uit de fantasie; aan landschappen, mensen en abstracte composities in aquarel en etsen. Doel is de ontwikkeling van gevoel voor nuance in licht-donker en in de kleur; het kunnen omgaan met verhoudingen en compositie.
In klas negen wordt een periode etstechniek gegeven van vijf weken.
Doordat de leerling het eigen creatieve vermogen ontdekt en activeert, komt hij gemakkelijker tot zelfontplooiing, ook in andere lessen en situaties. Herkennen en waarderen van kwaliteit ontstaat vanzelfsprekend bij bezoek aan musea en exposities dankzij de eigen praktische ervaring met verf en penseel.
Sinds 2007 is het vak tekenen een keuzevak voor het eindexamen havo en vwo.

TEXTIEL

Doelstelling: het ontwikkelen van handvaardigheid en creativiteit. Het leren gebruiken van verschillende materialen en de daarvoor benodigde gereedschappen. Hierbij kunnen alle technieken worden aangeleerd, die nodig zijn.
Klas IX: spinnen, zowel op de meest eenvoudige manier met een stokje als met een spinstok, spintol en het spinnewiel. Het spinnen op een spinnewiel is vooral belangrijk voor de coördinatie tussen handen en voet. Spinnen ontwikkelt de handigheid en bevordert inzicht in het verschil tussen hand- en machinewerk en in het kwaliteitsverschil tussen kunst- en natuurproducten. De zelf-gesponnen wol wordt geverfd met plantaardige en minerale verfstoffen.
Klas X: Het weven van een sjaal in blokken, ruiten en strepen op eenvoudige twee- of meerschachts tafelweeftoestellen.
Klas XI: Boekbinden (facultatief): het op ambachtelijke wijze leren omgaan met karton, verschillende soorten papier en lijm. De techniek van het boekbinden vraagt om exactheid en esthetiek.


HANDENARBEID/METAALTECHNIEK

Aan de orde kunnen komen: gutswerk (schaal of lepel), boetseren (dieren, handen en drukvormen), keramiek (ringtechniek), koperdrijven (schaaltjes, gereedschap) en technisch werk met hout en metaal (aftekenen, zagen, schaven, tandverbinding, boren, figuurzagen). De vormgeving is hier afhankelijk van de functie of is impliciet.
Opdrachten zijn:
in klas IX houtbewerking: het beeldhouwen van een schelpvorm (gutsen, raspen, vijlen).Metaalbewerking: het maken van een lamp van metaal naar eigen ontwerp. Daarbij komen de volgende technieken aan de orde: solderen, zagen, vijlen, zetten, boren en schilderen.
In klas X wordt een louter esthetische oefening geboden: een abstract werkstuk van gasbeton, een eenvoudige ruimtelijke vorm in hout, steen, metaal of keramiek.
In klas XI biedt de vakles een vrije opdracht. In een facultatieve periode wordt soms portret-boetseren aangeboden, soms ook een project uitgevoerd waarbij de leerling van metaalafval een neodadaïstisch kunstwerk kan laten ontstaan, grotendeels via lastechniek.
Sinds 1979 is handenarbeid een keuzevak voor het eindexamen havo en vwo.




Geert Groote College A'dam
Fred. Roeskestraat 84
1076ED Amsterdam
Tel. 020 - 574 5830
Fax. 020 - 675 8137

info@ggca.nl

47ya.com