|
KUNSTGESCHIEDENIS
Doel van het vak is gevoel te krijgen voor de relatie tussen kunst en ontwikkeling van de mensheid. Scholing van de waarneming geeft de mogelijkheid oog te krijgen voor wat zich in de kunst uitspreekt, voor wat de kunstenaar eigenlijk bezielt. Aan het GGCA wordt veel aandacht aan dit vak besteed.
Aan de orde komen de ontwikkeling van beeldende kunst en architectuur van de oudheid tot heden. Ruime aandacht wordt daarbij geschonken aan Egypte, Griekenland, Rome, de Renaissance in Italië en Vlaanderen, de Barok in de Nederlanden en Spanje, vroege 19e eeuwse kunst en aan alle nieuwe stromingen van na 1850 tot en met heden. Theorie wordt afgewisseld met dia’s of beeldmateriaal via de pc of de beamer. Getoonde kunstwerken zijn vaak aanleiding voor onderzoek, gesprek of discussie.
Kunstbeschouwing in de zin van vergelijkende waarneming en beeld-analyse wordt in de hogere klassen gedeeltelijk door de leerlingen zelf verzorgd. Tussendoor worden multimedia-opdrachten verstrekt.
Vanaf klas IX is er tussen de 12 en 15 weken in periodes gewerkt. Sommige tiende klassen maken een excursie naar Barcelona, alle twaalfde klassen ondernemen een veertiendaagse excursie naar Rome, Florence en Parijs. Ter plaatse gaan leerlingen met maximaal vier medeleerlingen hun dagprogramma kiezen, waaieren uit over de stad, komen tweemaal op een vast ontmoetingspunt weer bijeen. Daar kunnen ervaringen worden uitgewisseld, men kan met iemand anders verder op stap of een restaurantje uitzoeken. Voor veel leerlingen vormt deze kunstreis het hoogtepunt van hun schoolloopbaan.
|