Onze School
DE VISIE en MISSIE VAN DE VRIJE SCHOOL

Kennis, niet om een vat mee te vullen, maar om een vuur te ontsteken!

Wat wil de vrije school?
Over die vraag sprak ook Rudolf Steiner in 1922 in Oxford.
De eerste vrije school was in 1919 opgericht in Stuttgart en het succes was overrompelend. Vanaf dat moment zoemde Steiners naam door West Europa als veelbelovend onderwijsvernieuwer. Hij werd in 1922 uitgenodigd in Oxford waar een wetenschappelijk congres werd gehouden. In twaalf voordrachten ontvouwde hij zijn visie op wereld, de taak van de mens en de opdracht van de vrije school.
Rudolf Steiner hield vanaf 1919 ongeveer 180 voordrachten over de vrije schoolpedagogiek, maar de Oxfordcyclus heeft een bijzondere status, omdat hij hier enthousiasmerend sprak voor buitenstaanders, die niet vertrouwd waren met het antroposofisch jargon. In de eerste voordracht viel hij met de deur in huis:
Citaat Steiner, Oxfordcyclus, 1922.
(In deze uitspraak klinkt hebt bekende gezegde van Seneca door):

“Non scholae set vitae discimus”: “We leren niet voor school, maar voor het leven.”

Laten we die woorden nader bekijken.
Leren voor het leven, betekent allereerst dat je leert voor later.
Kinderen vragen het regelmatig, als ze aan het worstelen zijn met een bepaald vak: wat is het nut hiervan, dat heb ik later toch niet nodig?! Ouders en leraren roepen dan in koor: doe het nu maar, want later heb je er profijt van, echt wel.
De leerlingen halen uiteindelijk een diploma, en vervolgen daarmee kansrijk hun weg.
Maar geven we alleen les voor later?

Natuurlijk leert het kind van jongs af aan vaardigheden die hem later van pas komen, lezen, schrijven en rekenen voorop. Maar leren doet het kind natuurlijk niet alleen voor later. Tijdens het leren op school doet ieder kind ook ervaringen op, die van directe betekenis zijn. De klas is een groep, waarin het sociale aspect ook een belangrijke rol speelt. Vriendschappen ontstaan, samenwerken wordt geleerd, spreken en luisteren in de groep worden geoefend, het leren omgaan met regels en een autoriteit komt dagelijks aan bod. Ieder kind leert dus voor later en tegelijkertijd ook voor het hier en nu.

Als leren op die manier plaatsvindt - het opdoen van kennis en ook van levenservaring - spreken we van ‘Bildung’. Hetgeen inhoudt dat op allerlei lagen van de persoonlijkheid een vormende invloed wordt uitgeoefend. De kennis is toepasbaar, maar wordt ook door het kind zelf innerlijk verwerkt. Op die manier wordt informatie tot transformatie. Dat is het hogere doel van het vrije schoolonderwijs. Maar heeft zo’n proces wel kans van slagen?
De kennis die het kind opdoet, hoeft immers niet echt diep in het innerlijk van het kind te worden verwerkt. Kennis kan ook gewoon vreemd blijven. Zoals met proefwerken in de hogere schooljaren telkens weer blijkt. De leerlingen stampen de kennis erin, maken de toets en een paar weken later is de kennis weer vervolgen. Op die manier slagen nogal wat leerlingen voor hun examen van de middelbare school.
Hoe zorg je er dan voor dat kennis diep in het persoonlijk leven kan doordringen? Want pas wanneer een kind tot in zijn grondslagen is geraakt, dan pas is het kind voor het leven – “vitae” – opgevoed.
Steiner formuleerde als antwoord op die vraag een uniek leerplan, dat niet alleen het kind voor het examen kan opleiden, maar ook voor het leven zelf kan opvoeden.

Ontwikkeling kind is als de ontwikkeling van de mens tijdens gehele evolutie
Het idee achter het vrije schoolleerplan is in de kern buitengewoon eenvoudig: ieder kind herhaalt in zijn ontwikkeling tot volwassenheid de ontwikkeling van de mens tijdens de gehele evolutie.
De leerstof bestaat uit wat ieder mens geacht wordt te weten, maar kent daarbuiten nog veel meer, en preciezer nog, er is een bepaald moment gekozen om een bepaald thema aan de orde te stellen.
Elk laarjaar heeft daarom een thema dat centraal staat en waarin de ontwikkeling van de mensheid wordt gespiegeld.
Het leerplan biedt de kans dat het kind gegrepen raakt, omdat hij - bewust of onbewust - het gevoel heeft, dat de leerstof over hemzelf gaat. Daardoor raakt hij gegrepen, want dat wat van buiten wordt aangereikt, leeft ook van binnen.
De leerstof wordt een voertuig van zijn persoonlijke ontwikkeling. De leerstof wordt zo ontwikkelingsstof: informatie die transformatie teweeg brengen. Een voorbeeld kan dat illustreren.

Als een kind 11-12 jaar is en naar de brugklas gaat, breekt de puberteit aan.
Dat is vanzelfsprekend geen absolute grens en er zijn heel veel individuele verschillen, maar in het algemeen gesproken vormen de bruglas en de tweede klas de fase van de prepuberteit. Voor het kind komt alles op losse schroeven te staan.
De veilige en beschutte kinderwereld raakt uit zicht. Het lichaam verandert, de verhouding met de ouders komt onder druk te staan, en ook het denken, zoals Piaget heeft aangetoond, neemt een hoge vlucht.
Wat vroeger alleen concreet kon worden benaderd, kan nu worden geabstraheerd.
Het kind, weten we sinds Erik Erikson, heeft in deze fase van de adolescentie (van 10 tot 23 jaar, waarvan de puberteit de eerste fase vormt) als voornaamste taak nu het ontwikkelen van een identiteit. Het leerplan van de vrije school tracht dus op die ontwikkeling in te spelen. Hoe gaat dat in zijn werk?

Leerstof als spiegel
Steiner stelde voor om in projecten te werken, die een thema kennen.
Geen versnipperde lesuren, maar drie weken lang aan het begin van elke ochtend onafgebroken anderhalf uur lang. Een thema dat het leerplan aanreikt voor de brugklas luidt: de ontdekkingsreizen.
In 1492 ontdekte Columbus Amerika, enkele jaren later voer Magalhaes voor het eerst de wereld over en Cortes veroverde Mexico en Willem Barentszoon probeerde een onbekende route via het noorden naar Azië te vinden.
Het is ongelofelijk wat er in die zestiende eeuw gebeurde. Duizenden jaren bleef de bevolking van West Europa binnen de beschutte wereld van de eigen leefgemeenschap, en binnen dertig jaar werd de gehele wereld in kaart gebracht!
In het jaar dat Cortes Mexico veroverde, sloeg Luther zijn stellingen op deur van de kapel. Hij protesteerde tegen de betuttelende rol van de Kerk.
Luther vocht voor een individueel geloof, en een scheuring was het gevolg. Sindsdien kennen we katholieken en protestanten. In die zestiende eeuw brak ook de Opstand uit van de Lage Landen aan de Zee. Willem van Oranje kwam in opstand tegen de soevereine vorst Philips II. De onafhankelijkheid werd bevochten.

De leerstof werkt op die leeftijd als een spiegel voor de leerlingen.
De innerlijke ontwikkeling die hij doormaakt, wordt gespiegeld en geprikkeld.
Zoals de mens in de zestiende eeuw langzaam een renaissance mens werd - zelfbewust, zelfontdekkend en wars van autoriteitsgeloof – zo maakt de prepuber een vergelijkbare ontwikkeling door temidden van zijn eigen beschutte kring.
De leerstof wordt zo tot een zielespiegel. Informatie wordt geleerd, en een transformatie mogelijk bewerkstelligd. Je voedt niet alleen op voor het maatschappelijke, maar ook voor het persoonlijke.
Het leerplan is dus gebaseerd op een ontwikkelingspsychologisch perspectief, waarin het kind in diverse fasen door zijn leven wordt geleid, waarbij de leerstof het voertuig is. Kennis is er dan niet om een vat te vullen, maar om een vuur te ontsteken.

Op de vrije school, aldus Steiner, kan met zo’n leerplan, kennis worden opgedaan en ook voor het leven worden geleerd: “Non scholae set vitae discimus”.

De strekking van Steiners woorden in Oxford, en daarmee de missie van de vrije scholen, kan tenslotte worden samengevat in deze woorden: een school die alleen maar haast heeft om met zijn stof klaar te komen en daarom geen tijd kan vinden om de dingen in de diepte te laten groeien, kweekt noodgedwongen enkel cultuur aan de oppervlakte.
De vrije school is opgericht om die diepte in het kind te raken en tot bloei te laten komen.

De vrije school tracht te verwerkelijken, wat de pedagoog Langeveld later als taak formuleerde van de scholen in het algemeen:

“De school heeft zichzelf tot weg gemaakt, die het kind moet gaan in zijn metamorfose tot de cultuurmens.”





Geert Groote College A'dam
Fred. Roeskestraat 84
1076ED Amsterdam
Tel. 020 - 574 5830
Fax. 020 - 675 8137

info@ggca.nl

47ya.com